Bij trombose vanaf bifurcatie V. poplitea of proximaler spreken we van een proximale diep veneuze trombose. Indien de trombose zich beperkt tot de venen van het diepe systeem onder het niveau van de V. poplitea (V. peroneus, V. tibialis posterior of V. tibialis anterior), dan spreken we van kuitvenetrombose (fig. 1). Tenslotte spreken we van een kuitspiervenetrombose bij een trombus in de vena gastrocnemius of vena soleus.
Fig. 1 De anatomie van het veneuze systeem van het been
Behandeling
Bij een geïsoleerde kuitspiervenetrombose is de kans op uitbreiding naar de V. poplitea heel klein, en is een expectatief beleid met controle bij toename van klachten aangewezen.
Voor meer informatie en werkwijzen:
Zenya 003015
Diagnostiek en behandeling van diep veneuze trombose (DVT)