Bij gebruik van TAR monotherapie

Bij monotherapie gebruikt de patiënt één trombocytenaggregatieremmer (TAR). Preoperatief wordt bepaald of de TAR gestopt moet worden voor de geplande ingreep. Het tromboserisico bij stoppen van de TAR, het bloedingsrisico van de ingreep en de fase waarin het 'extra hoog tromboserisico' van kracht is, bepalen of en wanneer deze gestopt moet worden.

Wanneer de TAR perioperatief gestopt wordt, is er geen indicatie voor therapeutisch bridgen met LMWH.

TAR flow 25
  • Als eerste wordt bepaald of de patiënt TAR voorgeschreven krijgt voor primaire of secundaire preventie. Er is sprake van primaire preventie als de patiënt nog geen voorgeschiedenis heeft van symptomatisch vaatlijden. Bij secundaire preventie heeft de patiënt wel een voorgeschiedenis van symptomatisch vaatlijden.

  • Bij patiënten die een TAR krijgen voor primaire preventie wordt de TAR 7 dagen voor de ingreep gestopt.

  • Bepaal het bloedingsrisico
    Het bloedingsrisico is gerelateerd aan de aard van de ingreep en is onderverdeeld in drie categorieën.

    • Laag bloedingsrisico
    • Intermediair en hoog bloedingsrisico
    • Minimaal bloedingsrisico dat ernstige gevolgen kan hebben (bv. nierbiopt)

    Het bloedingsrisico van de geplande ingreep wordt bepaald door de hoofdbehandelaar. Klik hier voor vakgroepspecifieke richtlijnen. Algemene aanbevelingen voor het peri-procedureel bloedingsrisico zijn te vinden via de LTA Antistollingszorg.

    Werkwijze laag bloedingsrisico
    Als er sprake is van een klinisch niet significant bloedingsrisico bij monotherapie TAR voor secundaire preventie, wordt de TAR gecontinueerd tijdens de ingreep.

    Werkwijze intermediair en hoog bloedingsrisico
    Als er sprake is van een intermediair / hoog bloedingsrisico bij monotherapie TAR voor secundaire preventie, wordt deze afhankelijk van de voorgeschreven TAR, gecontinueerd of preoperatief gewisseld. Is de TAR van het type P2Y12-remmer (zie bovenstaande tabel), dan wordt deze 5 dagen preoperatief gewisseld voor Acetylsalisylzuur (ASA) 1 dd 80 mg. Is de TAR ASA of carbasalaatcalcium, dan wordt deze gecontinueerd tijdens de ingreep.

    Werkwijze minimaal bloedingsrisico met ernstige gevolgen
    Als er sprake is van een minimaal bloedingsrisico met ernstige gevolgen bij monotherapie TAR voor secundaire preventie wordt de TAR 7 dagen voor de ingreep gestopt. 

    In de eerste drie maanden na CVA / TIA is er sprake van een 'extra hoog tromboserisico'. TAR mag in deze periode niet gestaakt worden. Stel de ingreep uit of overleg met de neuroloog.

  • Bij ingrepen met een laag postoperatief bloedingsrisico wordt de TAR 24 uur postoperatief herstart mits adequate hemostase is bereikt. Bij ingrepen met een intermediair/hoog postoperatief bloedingsrisico wordt de TAR 48 uur postoperatief herstart mits adequate hemostase is bereikt. Als preoperatief de TAR van het type P2Y12-remmer gewisseld was, wordt op POD+1 weer gestart met de originele TAR.

  • Acetylsalicylzuur of Carbasalaatcalcium kan vrijwel altijd gecontinueerd worden bij een ingreep. Wanneer er toch maximale hemostase noodzakelijk is en de ingreep niet uitgesteld kan worden, kan trombocytentransfusie of desmopressine gegeven worden (desmopressine 0.3 mcg/kg in 100 ml NaCl 0.9% in 30 minuten). Desmopressine is gecontra-indiceerd bij patiënten met coronairlijden vanwege de vasoconstructieve werking.  Overleg zo nodig met de internist-vasculair geneeskundige (sein 4012).

Voor meer informatie

Zenya 022060
Perioperatief antistollings- en bloedplaatjesremmersbeleid voor electieve ingrepen

Sluit de enquête
Geef uw mening over de website, of vertel ons hoe wij onze website kunnen verbeteren.
De volgende links voor privacy en servicevoorwaarden behoren tot de reCAPTCHA-plugin van Google.