Oppervlakkige trombose (tromboflebitis, superficial vein thrombosis, SVT) is een veel voorkomende aandoening welke wordt veroorzaakt door een lokale trombus en steriele ontsteking van een, meestal variceuze, oppervlakkige ader. Deze wordt gekenmerkt door een pijnlijke, rode, soms vast aanvoelende streng in het verloop van het oppervlakkige veneuze systeem met als hoofdtakken de v.saphena magna (VSM) en v.saphena parva (VSP).
-
- Risicofactoren SVT: varicositas, chronische veneuze insufficiëntie, immobilisatie, recente ingreep (sclerotherapie), voorgeschiedenis van VTE of SVT, zwangerschap, orale anticonceptiva of hormoonvervangende behandeling, obesitas, maligniteit, aangeboren verhoogde stollingsneiging, auto-immuunziekten (M. Buerger, Behçet), perifere katheter (infuusnaald).
- Lichamelijk onderzoek: pijnlijke, rode, vast aanvoelende streng in het verloop van de v. saphena magna of v. saphena parva aan het been of de v. cephalica, v. basilica en v. mediana cubiti aan de arm. De exacte lengte van een SVT is niet adequaat vast te stellen bij lichamelijk onderzoek.
- Compressie echografie: ter illustratie van de locatie en uitbreiding van de trombus en het uitsluiten van een DVT.
-
Behandel patiënten met een oppervlakkige tromboflebitis van het been (welke voldoen aan één van onderstaande criteria) gedurende zes weken bij voorkeur met Fondaparinux 1 dd 2.5mg sc. ongeacht lichaamsgewicht.
Als alternatief kan (bij bezwaar tegen sc. injectie) rivaroxaban 1 dd 10mg gebruikt worden gedurende 6 weken. Eveneens als alternatief kan LMWH in een hoog profylactische dosering gedurende 6 weken worden overwogen.
Criteria:
- uitgebreide oppervlakkige tromboflebitis (echografisch ≥5 cm)
- lokalisatie boven de knie
- dicht bij de sapheno-femorale inmonding (≤3cm)
- ernstige symptomen
- betrokkenheid van de vena saphena magna of parva
- eerder doorgemaakte VTE of oppervlakkige tromboflebitis
- actieve maligniteit
- recente operatie
Bij patiënten met een verhoogd bloedingsrisico (< 3 maanden een ernstige bloeding, ernstige lever- en nierinsufficiëntie (klaring < 30 ml/min), ernstige aangeboren of verworven bloedingsneiging, maligne hypertensie en ernstige retinopathie) wordt de dosering van het LMWH verlaagd in overleg met een vasculair geneeskundige.
Geef alle patiënten een klasse 2 steunkous (Struva 35®; Zenya 003015).
-
Bij infuus-gerelateerde beperkte trombose van de bovenste extremiteit volstaat verwijderen van infuusnaald, koelen en/of eventueel pijnstilling met NSAID. Alleen bij zeer uitgebreide tromboflebitis of uitbreiding na verwijderen van de infuusnaald kan behandeling middels fondaparinux worden overwogen (gedurende zes weken 1 dd 2.5mg sc. ongeacht lichaamsgewicht).
Bij koorts en tromboflebitis na een infuus bedacht zijn op septische tromboflebitis. In dat geval altijd bloedkweken afnemen (tenminste 2 sets, bij persisterende koorts gedurende enkele dagen bloedkweken afnemen) en behandeling met antibiotica overwegen (1ste keus flucloxacilline, bij een zieke patiënt bij voorkeur intraveneus).
-
De nazorg verloopt conform het DVT protocol (Zenya 003015). Patiënten met (recidiverende episoden van) SVTs dienen ook een poliklinische afspraak te krijgen bij de trombose polikliniek van hart- en vaatziekten voor verdere analyse (<4 weken).
Adviezen aan patiënten
De patiënt dient zelf op te letten op het ontstaan van de volgende symptomen:
- Toename van de lokale symptomen (pijn, roodheid, zwelling) tijdens de behandeling
- Symptomen die kunnen passen bij longembolie: kortademigheid, pijn bij zuchten en hoesten
- Tekenen van ernstige bloeding zoals bloedverlies bij ontlasting of urine, zwarte ontlasting, of neusbloedingen die niet met lokale compressie te stelpen zijn
- Tekenen van een overgevoeligheidsreactie: jeuk en/of huiduitslag
En dient in die gevallen contact op te nemen met de behandelend specialist tijdens kantooruren en buiten kantooruren met dienstdoende dermatoloog of internist.
Voor meer informatie: Zenya 029580
Oppervlakkige trombose (tromboflebitis) van het been