Procedures behandelkamer
  • Beleid bij thoracoscopie, zie onder
  • DOAC en VKA altijd stoppen m.u.v. diagnostische pleurapunctie. Zie onderstaande tabel voor bloedingsrisico per ingreep. Voor stoptijden VKA / DOAC, zie link.
  • Clopidogrel, prasugrel en ticagrelor m.u.v. diagnostische pleurapunctie 7 dagen voor de procedure stoppen en/of vervangen door Ascal
  • Ascal continueren tenzij ingreep met een hoog risico op bloedingen
Bloedingsrisico procedures
LaagIntermediairHoog
Pleurapunctie (dunne naald)Bronchoscopie zonder bioptenBronchoscopie met biopten
 ThoracoscopieTherapeutische pleuradrainage
  Starre bronchoscopie
  Immunologische BAL
  Therapeutische bronchoscopie
  EBUS
  Cryobiopten
  • Het bloedingsrisico van een thoracoscopie wordt ingeschat als intermediair.

    Vitamine K-antagonisten (VKA)

    • Acenocoumarol: 3 dagen voor procedure staken
    • Fenprocoumon: 5 dagen voor procedure staken
    • INR dient onder de 1,5 te zijn

    Bij een hoog risico op trombo-embolische complicaties (Zenya 022060, tabel 2) wordt na het stoppen van de VKA therapeutisch gebridged met LMWH (via Trombosedienst m.b.v. formulier Bridging). Voor acute situaties zie Zenya 022060.

    Directe orale anticoagulantia (DOAC) (Apixaban / Dabigatran / Edoxaban / Rivaroxaban)

    Het tijdstip waarop de DOAC gestopt moet worden, is afhankelijk van het bloedingsrisico van de geplande procedure, de nierfunctie van de patiënt en het type DOAC (Tabel 1). Voor acute situaties: overleg met vasculaire geneeskunde sein 4012.

    Tabel 1. Stoptijden DOAC

    Thoracoscopie DOAC

    * Bij patiënten met nierfunctiestoornissen met een eGFR <30ml/min is Dabigatran gecontra-indiceerd. Overleg in deze gevallen met de voorschrijver over een herziening van het Dabigatran gebruik en perioperatief stoppen van de antistolling.

    Trombocytenaggregatieremmers (TAR)

    Binnen drie maanden na coronaire stentimplantatie altijd overleg met de cardioloog over het antistollingsbeleid.

    Bij monotherapie TAR

    • Acetylsalicylzuur en carbasalaatcalcium: continueren
    • Clopidogrel, Prasugrel en Ticagrelor: 7 dagen voor procedure staken en tijdelijk vervangen door monotherapie ASA 1 dd 80 mg

    Bij duale trombocytenaggregatieremmers (DAPT)

    • Acetylsalicylzuur of carbasalaatcalcium: continueren
    • Dipyridamol, clopidogrel, ticagrelor en prasugrel: staken mits cardioloog akkoord is, zie voor interval tabel 2

    Tabel 2. Stoptijden TAR bij DAPT

    Thoracoscopie TAR

    LMWH

    • Therapeutische tinzaparine: 24 uur tussen laatste gift en procedure
    • Therapeutische nadroparine: 24 uur tussen laatste gift en procedure
    • Profylactische nadroparine: 12 uur tussen laatste gift en procedure

    Herstart antistolling

    De eigen antitrombotische medicatie wordt de dag na de procedure weer hervat. Bij procedures met een groot bloedingsrisico (bv. debulking en cryobiopten) wordt een interval van 48 uur na de procedure aangehouden. Dit besluit wordt genomen door degene die de procedure uitvoert. Op indicatie 6 uur na de thoracoscopie starten met profylactische LMWH.

    Voor meer informatie:

    Zenya 005251
    Thoracoscopie, diagnostische of therapeutische

Sluit de enquête
Geef uw mening over de website, of vertel ons hoe wij onze website kunnen verbeteren.
De volgende links voor privacy en servicevoorwaarden behoren tot de reCAPTCHA-plugin van Google.