NB. Onderstaand geldt als richtlijn, hiervan kan door de operateurs/interventieradiologen gemotiveerd afgeweken worden. Controleer daarom bij iedere patiënt het operatieverslag. Indien geen vermelding van een specifiek antistollingsbeleid geldt onderstaande.

Algemeen

Staken/herstarten antistolling bij opname
Zoals geldt voor alle opgenomen vaatchirurgische patiënten, krijgen zij tromboseprofylaxe middels nadroparine op basis van gewicht. Uitgezonderd zijn patiënten met therapeutische antistolling. 

Patiënten met orale anticoagulantia (DOAC/VKA) gaan bij opname over op tinzaparine, teneinde het bloedingsrisico te beperken. Tinzaparine-dosering wordt aangepast aan gewicht en nierfunctie met controle van anti-Xa activiteit bij eGFR<30mL/min. Orale anticoagulantia worden herstart bij ontslag uit het ziekenhuis.    

Bij patiënten met voyager regime (2dd2.5mg rivaroxaban+1dd80mg ascal), dient rivaroxaban bij opname gestaakt te worden. Ascal wordt gecontinueerd. Voyager regime wordt herstart bij ontslag uit het ziekenhuis.

Staken/herstarten rondom interventie
Patiënten met een VKA/DOAC stoppen preoperatief, en worden afhankelijk van de indicatie gebridged middels tinzaparine. Tijdstip van staken is afhankelijk van de nierfunctie. Antistolling postoperatief wordt hervat 24u na een endovasculaire interventie, en 48u na een open ingreep. Zoals hierboven beschreven, is dat gedurende opname tinzaparine, extramuraal wordt de eigen VKA/DOAC voorgeschreven. Tinzaparine-dosering wordt aangepast aan gewicht en nierfunctie met controle van anti-Xa activiteit bij eGFR<30mL/min.  

Bij patiënten met voyager regime (2dd2.5mg rivaroxaban+1dd80mg ascal), dient rivaroxaban 24 uur preoperatief gestaakt te worden. Ascal wordt gecontinueerd. De dag na de interventie wordt rivaroxaban herstart. 

Trombose na revascularisatie
In het geval van een recidief arteriële trombose na revascularisatie of bij onverklaarde arteriële trombose wordt de vasculaire geneeskunde geconsulteerd ten aanzien van stollingsstatus en eventuele aanpassing antistolling.

  • Asymptomatisch 

    Patiënten met een asymptomatische carotisstenose krijgen acetylsalicylzuur 1dd80mg in het kader van cardiovasculaire risicopreventie. Als patiënten orale anticoagulantia gebruiken, vervalt dit advies.

    Symptomatisch

    Algemeen 
    Patiënten met een symptomatische carotisstenose krijgen clopidogrel 1dd75mg + acetylsalicylzuur 1dd80mg. Wanneer geen interventie verricht wordt, gaan symptomatische patiënten na 3 weken over op monotherapie clopidogrel 1dd75mg in het kader van cardiovasculaire risicopreventie. 

    Carotisendarterectomie (CEA) 
    Patiënten die een carotisendarteriectomie ondergaan, krijgen tot en met de operatie clopidogrel 1dd75mg + acetylsalicylzuur 1dd80mg.  Indien er minder dan 3 dagen zit tussen start van antistolling en interventie (carotisstent of carotisendarterectomie), dienen patiënten opgeladen te worden (startdosis) met 300mg clopidogrel en 300mg ascal. Postoperatief gaan zij over op clopidogrel 1dd75mg in het kader van cardiovasculaire risicopreventie.  

    Patiënten die orale anticoagulantia gebruiken, dienen dit preoperatief te staken en te starten met ascal 1dd300mg. Zie onderstaand figuur voor details. Timing van staken is afhankelijk van de nierfunctie.

    Carotisstenose

     

    Carotisstent (CAS)

    Patiënten die een carotisstent krijgen, krijgen preoperatief clopidogrel 1dd75mg + acetylsalicylzuur 1dd80mg. Indien er minder dan 3 dagen zit tussen start van antistolling en interventie (carotisstent of carotisendarterectomie), dienen patiënten  opgeladen te worden (startdosis) met 300mg clopidogrel en 300mg ascal. Na de interventie wordt duale plaatjesremming middels clopidogrel 1dd75mg + acetylsalicylzuur 1dd80mg drie maanden gecontinueerd. Hierna wordt overgegaan op monotherapie middels clopidogrel 1dd75mg in het kader van cardiovasculaire risicopreventie. 

    Patiënten die orale antigoagulantia gebruiken, dienen dit preoperatief te staken en te starten met ascal 1dd300mg. Zie onderstaand figuur voor details. Timing van staken is afhankelijk van de nierfunctie.

    Carotisstent

     

  • Preoperatief

    Iedere patiënt met stenoserend perifeer arterieel vaatlijden krijgt een clopidogrel 1dd75mg in het kader van cardiovasculaire risicopreventie. Uitzondering betreft asymptomatische patiënten met perifeer arterieel vaatlijden van de onderste extremiteiten (Fontaine I): zij krijgen geen trombocytenaggregatieremming. 

    Als patiënten orale anticoagulantia gebruiken, vervalt de indicatie voor trombocytenaggregatieremming. 

    Endovasculaire behandeling

    Patiënten na de volgende endovasculaire behandelingen 

    • PTA +/- stent visceraal
    • PTA +/- stent infrainguinaal
    • PTA +/- stent/adjuncts cruraal 

    krijgen gedurende 3 maanden dubbele plaatjesremming middels clopidogrel 1dd75mg en acetylsalicylzuur 1dd80 mg ter bevordering van de patency van de behandeling. Hierna gaan zij over op clopidogrel 1dd75mg levenslang in het kader van cardiovasculaire risicopreventie. 

    Patiënten na de volgende endovasculaire behandelingen 

    • CERAB
    • PTA iliacaal +/- stent 

    krijgen levenslang clopidogrel 1dd75mg in het kader van cardiovasculaire risicopreventie. 

    Als patiënten orale anticoagulantia gebruiken, vervalt de indicatie voor trombocytenaggregatieremming, behalve na een crurale PTA; dan kan naar inschatting van de hoofdbehandelaar 1 maand ascal 1dd80mg worden toegevoegd. 

    Open chirurgie

    Patiënten met perifeer vaatlijden na een centrale reconstructie (bijv aortafemorale bypass, axillofemorale bypass) krijgen clopidogrel 1dd75mg levenslang in het kader van cardiovasculaire risicopreventie. 

    Patiënten met perifeer vaatlijden na een veneuze of kunststof bypass infra-inguinaal krijgen gedurende 2 jaar rivaroxaban 2dd2.5mg + ascal 1dd80mg in het kader van patency van de behandeling. Hierna gaan zij over op clopidogrel 1dd75mg levenslang in het kader van cardiovasculaire risicopreventie.

  • Preoperatief

    Iedere patiënt met aortapathologie krijgt een trombocytenaggregatieremmer in het kader van cardiovasculaire risicopreventie 

    • Asymptomatisch (T)AAA acetylsalicylzuur 1dd80 mg
    • Chronisch TBD/PAU acetylsalicylzuur 1dd80 mg 

    Postoperatief

    Patiënten na de volgende behandeling 

    • EVAR
    • TEVAR   
    • Open repair 

    krijgen levenslang acetylsalicylzuur 1dd80mg in het kader van cardiovasculaire risicopreventie. 

    Als patiënten orale anticoagulantia gebruiken, vervalt de indicatie voor trombocytenaggregatieremming. 

    Patiënten na de volgende behandeling 

    • FEVAR
    • BEVAR
    • CHEVAR 

    krijgen gedurende 3 maanden duale plaatjesremming middels clopidogrel 1dd75mg en acetylsalicylzuur 1dd80mg ter preventie van branch trombose. Clopidogrel kan gestart worden tenminste 24u na het verwijderen van een eventuele spinaaldrain. Na drie maanden gaan zij over op acetylsalicylzuur 1dd80mg levenslang in het kader van cardiovasculaire risicopreventie. Als patiënten orale anticoagulantia gebruiken, vervalt de indicatie voor trombocytenaggregatieremming.

  • Preoperatief

    Patiënten met een poplitea aneurysma krijgt clopidogrel 1dd75mg in het kader van preventie van distale trombo-embolieën en cardiovasculaire risicopreventie. 

    Postoperatief

    Patiënten na een veneuze bypass ter uitschakeling van een poplitea aneurysma krijgen gedurende 2 jaar rivaroxaban 2dd2.5mg + ascal 1dd80mg in het kader van patency van de behandeling. Hierna gaan zij over op clopidogrel 1dd75mg levenslang in het kader van cardiovasculaire risicopreventie. 

    Patiënten na een endovasculaire behandeling (viabahn) ter uitschakeling van een poplitea aneurysma krijgen gedurende 3 maanden dubbele plaatjesremming middels clopidogrel 1dd75mg en acetylsalicylzuur 1dd80 mg in het kader van patency van de behandeling. Hierna gaan zij over op clopidogrel 1dd75mg levenslang in het kader van cardiovasculaire risicopreventie.

  • Postoperatief

    Patiënten na een arterioveneuze fistel of graft krijgen geen trombocytenaggregatieremmer.

  • Preoperatief

    Patiënten met een diep veneuze trombose die mogelijk in aanmerking komen voor invasieve behandeling (dat wil zeggen, patiënten met een iliacaal of cavaal doorlopende trombose), krijgen bij diagnose tinzaparine op basis van gewicht. 

    Patiënten met een diep veneuze trombose krijgen minimaal 3 maanden apixaban (dag 1-7 2dd10mg, vanaf dag 8 2dd5mg). Duur van de behandeling is afhankelijk van de oorzaak en in overleg met de vasculair geneeskundige. 

    Meer informatie over analyse en behandeling van een DVT is te vinden op www.antistolling.mumc.nl

    Postoperatief

    Patiënten met een acute iliacale/cavale trombose die trombosuctie/trombolyse/stenting ondergaan, krijgen apixaban 2dd 10 mg voor 1 week, en hierna apixaban 2dd5 mg (tot minimaal 6 maanden na stenting, stopdatum is poliklinisch te bepalen). 

    Patiënten  met een posttrombotisch syndroom op basis van een ilacale/cavale occlusie, en patiënten met een diep veneuze compressie, die rekanalisatie met stenting ondergaan, krijgen apixaban 2dd 10 mg voor 1 week, en hierna apixaban 2dd5 mg (tot minimaal 6 maanden na stenting, stopdatum is poliklinisch te bepalen).

Voor meer informatie

Zenya 029669
Peri- en postoperatieve antistolling vaatchirurgie indicatie, beschrijving van

Sluit de enquête
Geef uw mening over de website, of vertel ons hoe wij onze website kunnen verbeteren.
De volgende links voor privacy en servicevoorwaarden behoren tot de reCAPTCHA-plugin van Google.