In het MUMC+ gelden voor volwassenen (≥ 18 jaar) de volgende doseringen profylactische laag moleculair gewicht heparine (LMWH)
| Lichaamsgewicht | Profylactische dosering nadroparine (fraxiparine®) |
| <70 kg | 1 dd 2850 IE aXa (0.3 ml) sc. |
| 70-90 kg | 1 dd 3800 IE aXa (0.4 ml) sc. |
| >90 kg | 1 dd 5700 IE aXa (0.6 ml) sc. |
Bepaal tromboseprofylaxe beleid a.d.h.v. de volgende stappen:
-
Laag trombose risico ≤ 1.5% * - Laparoscopische chirurgie (niet maligne) < 45 min.
- Appendectomie
- TURP
- Liesbreukcorrectie
- Niet maligne mammachirurgie
- Vasculaire toegangschirurgie
- Carotis endarteriëctomie
- Abdominale adhesiolyse
- Niet maligne hoofd-halschirurgieIntermediair trombose risico 1.5 tot 5% * - Overige laparoscopische chirurgie (maligne of duur > 45 min.)
- Niet maligne thoracale, abdominale en bekkenchirurgie, inclusief niet maligne
gynaecologische chirurgie
- Overige vaatchirurgische ingrepen
- Overige hoofd-halschirurgie
- Cardiale chirurgie (CABG) †Hoog trombose risico ≥ 5% * - Oncologische resecties abdomen of kleine bekken
- Bariatrische chirurgie* Geschat risico op symptomatische VTE zonder enige vorm van tromboseprofylaxe.
† Hartklepvervanging (mechanisch of bioklep) is hier buiten beschouwing gelaten daar het risico op VTE ondergeschikt is aan het risico op kleptrombose. -
Leeftijd ≥ 75 jaar (Morbide) obesitas (BMI > 30) Trombose in de voorgeschiedenis Positieve familiegeschiedenis voor VTE Bekende erfelijke trombofilie (zoals deficiëntie van proteïne C, proteïne S, of antitrombine, factor V Leiden, protrombine 20210A mutatie, antifosfolipidensyndroom) Recent CVA (ischemisch of hemorragisch, ≤ 1 maand) -
Een verhoogd risico op bloedingscomplicaties kan voorkomen bij: - Leverfalen met spontane INR > 1.5 - Recente bloeding (< 3 maanden) - Kreatinineklaring < 30 ml/min - Trombopenie < 50 x 10^9 - Gelijktijdig gebruik van andere antitrombotica - Leeftijd > 85 jaar - Ernstige hypertensie > 230/120 mmHg - Actieve maligniteit - Actieve bloeding - Aangeboren bloedingsneiging - Actief maagdarmulcus - Cerebrovasculair accident (CVA) in acute fase Bovenstaande factoren kunnen meegewogen worden in het bepalen van het bloedingsrisico. Deze factoren wegen niet allemaal even sterk mee, vooral bij aanwezigheid van meerdere risicofactoren is het bloedingsrisico verhoogd. Het besluit om geen LMWH profylaxe te geven vanwege verhoogd bloedingsrisico dient per individuele patiënt te worden genomen, hiervoor is geen uniform risicomodel beschikbaar
-
Risico op VTE
(stap 1)Zonder bijkomende
risicofactoren
(stap 2)Met ≥ 1 bijkomende
risicofactoren
(stap 2)Met verhoogd
bloedingsrisico
(stap 3)Laag Geen LMWH LMWH Geen LMWH Intermediair LMWH LMWH Intermitterende
mechanische
compressie (IPC)Hoog LMWH
Verlengde profylaxeduur
5 wekenLMWH
Verlengde profylaxeduur
5 wekenIPC - Start profylaxe 6 uur postoperatief
- Geef patiënten die preoperatief geïmmobiliseerd zijn en uitgesteld worden geopereerd preoperatief tromboseprofylaxe (laatste gift LMWH > 12 uur preoperatief)
- Bij neuraxisblokkade: minimaal 10 uur tussen toediening profylactische LMWH en uitvoeren van neuraxisblokkade of plaatsen/verwijderen katheter. Minimaal 4 uur tussen deze acties en volgende toediening profylactische LMWH. Bij vragen overleggen met dienstdoende anesthesist op sein 6666.
-
Beoordeel dagelijks stap 1 t/m 3 en pas het antistollingsbeleid zo nodig aan
Voor meer informatie: Zenya 004488
Preventie van veneuze trombo-embolie (VTE): basis tromboseprofylaxe beleid
Bij vragen: Consulent stolling
- Tijdens kantooruren - sein 6134
- Buiten kantooruren dienstdoende interne - sein 4664