In principe wordt voor een dermatologische ingreep de door de patiënt gebruikte anticoagulantia niet gestaakt. De voor- en nadelen van al dan niet onderbreken van antistolling en/of plaatjesremming moeten per patiënt en per ingreep worden afgewogen.
Bij de volgende omstandigheden dient per patiënt / ingreep een afweging te worden gemaakt van de risico's op een nabloeding in geval van continueren van de anticoagulantia (bij patiënten met een VKA, DOAC en/of DAPT):
- Verwachte defectgrootte meer dan ongeveer 4-5 cm (met name in het hoofd-hals gebied).
- Reëxcisie melanoom. Aangezien dit vaak diepe en grote defecten zijn, is het risico op een nabloeding met evt. complicaties groter.
- Excisie periorbitaal. De reden om hierbij te overwegen om anticoagulantia te stoppen is dat het vaak diepe defecten betreft, waarbij essentiële structuren en vele bloedvaten in de ooghoek lopen, die ook onzichtbaar in de orbita kunnen gaan bloeden.
- Bij patiënten die door de plastische chirurg worden gereconstrueerd en VKA, DOAC en/of DAPT gebruiken, zal de plastisch chirurg in het preoperatief gesprek een beleid maken en afspreken met de patient indien staken van deze medicatie gewenst is.
Indien besloten wordt om de anticoagulantia te stoppen of te overbruggen, wordt verwezen naar het algemene beleid rondom ingrepen (Zenya 022060).
Nazorg
Bij oudere patiënten waarbij een relatief grote excisie wordt verricht, valt opname van 1 nacht ter observatie te overwegen.
Communicatie met de patiënt / betrokkenen
Bij het informed consent voorafgaand aan de behandeling dient het bloedingsrisico en het continueren dan wel discontinueren van de orale anticoagulantia besproken te worden. Richtlijnen hoe om te gaan met een eventuele nabloeding worden besproken voorafgaand aan en na afloop van de ingreep. Daarnaast wordt schriftelijke informatie meegegeven.
Voor meer informatie
Zenya 044755
Antistolling rondom dermatologische ingrepen