Lokale consensus t.a.v. antistolling na nierangiografie
Beleid naar aanleiding van uitkomst bij angiografie van de nierarteriën:
1. Geen afwijkingen:
- Geen aanpassing medicatie
2. Wel afwijkingen maar geen interventie (PTRA en/of stent) en geen TAR in gebruik:
- Diagnose alleen FMD: geen verandering medicatie
- Atherosclerose: start acetylsalicylzuur 1 dd 80 mg voor onbepaalde tijd
3. Diagnose alleen FMD en interventie (PTRA en/of stent):
- Geen antistolling in gebruik en alleen PTRA: start ASA 80 mg gedurende 3 maand óp de dag van het angio.
- Geen antistolling in gebruik en PTRA + stent: start clopidogrel, opladen eenmalig 300 mg en 1 dd 75 mg voor onbepaalde tijd.
- Wel antistolling in gebruik: zie verder punt 4, vanaf 2e bullet.
4. Diagnose atherosclerose (+/- FMD) en interventie (PTRA +/- stent):
- Geen antistolling in gebruik: start clopidogrel en acetylsalicylzuur, opladen eenmalig 300 mg en 320 mg respectievelijk, gedurende 3 maanden, nadien clopidogrel 1 dd 75 mg voor onbepaalde tijd.
- TAR in gebruik: 3 mnd DAPT (ip ASA en clopidogrel), niet opladen. Nadien verder met TAR (eerste keus is clopidogrel 1 dd 75 mg).
- DAPT in gebruik: nog minimaal 3 mnd DAPT continueren, daarna beleid afhankelijk van reden start DAPT.
- VKA/DOAC/tLMWH in gebruik: geen verandering medicatie (hervat de dag na het angio) tenzij:
- Re-stenose/in-stent trombose: overweeg toevoegen ASA voor 3 mnd op de dag van het angio met oplaaddosis acetylsalicylzuur 320 mg - Rivaroxaban 2 dd 2,5 mg en ASA 80 mg: geen verandering medicatie tenzij:
- Re-stenose/in-stent trombose: overweeg 3 mnd full-dose rivaroxaban + ASA 80 mg. - Ander middel of combinatie: afhankelijk van reden en situatie; noteer overweging voor beleid in dossier.
Voor meer informatie
Odin 069290
Antistolling na nierangiografie